

Denk je aan judo, dan denk je eerst aan spectaculaire worpen. Toch valt een flink deel van de judowedstrijden op de grond, met een houdgreep, en in het Japans is dat osaekomi-waza: de kunst van het controleren en vasthouden. Hieronder lees je wat precies telt als houdgreep, welke vier klassiekers elke judoka leert, hoe lang je moet vasthouden voor een ippon en, minstens zo belangrijk, hoe je er zelf weer uit komt.
Wat telt als een houdgreep (osaekomi) in judo?
Een houdgreep (osaekomi) is een controletechniek. Je houdt je partner grotendeels met de rug op de mat, jij hebt de controle van bovenaf en je benen blijven vrij. Van jong tot oud leren judoka’s bij Sportschool Herbert in Ede dat een goede houdgreep niet om kracht gaat, maar om ligging, druk en timing, en dat is een les die op de mat sneller landt dan in woorden. Is aan alle voorwaarden voldaan? Dan roept de scheidsrechter “osaekomi!” en gaat de klok lopen.
Drie dingen bekijkt de scheidsrechter. Ten eerste ligt de gehouden judoka met de rug (of beide schouders) richting de mat. Ten tweede heeft de houder duidelijke controle, meestal van opzij, van boven of zittend over de partner heen. Ten derde: de benen van de houder zitten niet “gevangen”. Klemt de onderliggende judoka een been van de houder tussen zijn eigen benen, dan is de controle weg en klinkt “toketa” (losgebroken). De klok stopt op dat moment. Daarom zijn houdgrepen zo’n mooi leermiddel: je voelt direct of je controle echt is of alleen maar zo lijkt.
Wat zijn de klassieke houdgrepen? Alle 10 osaekomi-waza op een rij
Tien officiële houdgrepen: zo verdeelt de Kodokan, de internationaal erkende moederorganisatie van het judo, de osaekomi-waza. Van de grond op leer je ze bij Sportschool Herbert in Ede. Eerst de meest toegankelijke vormen, daarna de subtiele variaties. Samen dekken ze alle hoeken rond je partner af, en zo heeft elke positie op de grond een passend antwoord.
Handig om de namen te begrijpen: gatame is “controle” of “vastzetten”. Kesa is de brede sjaal die een boeddhistische monnik om nek en oksel draagt, en het armpatroon van de gelijknamige houdgreep volgt precies die draagwijze. Shiho is “vier richtingen”: vanuit die positie kun je alle kanten op drukken. Verder is kami “boven”, yoko “zijkant”, tate “verticaal” en kata (in kata-gatame) “schouder”. Uitleg over meer Japanse judotermen staat in ons overzicht van judotermen.
- Kesa-gatame (sjaalcontrole): zijwaarts naast je partner, één arm als een monnikssjaal om het hoofd of de nek, de andere arm om de arm van je partner, en dit is bijna altijd de allereerste houdgreep die kinderen leren.
- Kuzure-kesa-gatame (aangepaste sjaalcontrole): dezelfde greep, alleen gaat je hand nu niet om de nek maar onder de oksel van je partner door. “Kuzure” betekent “gebroken” of “aangepast”: ook met een gewijzigde pakking behoud je de controle volledig, en het is bovendien de openingstechniek van het Katame-no-kata.
- Ushiro-kesa-gatame (omgekeerde sjaalcontrole): aan de zijkant weer, alleen kijk je nu naar de benen en niet naar het hoofd. “Ushiro” betekent “achterwaarts”.
- Kata-gatame (schoudercontrole): in zijligging sluit je de arm én het hoofd van je partner in met jouw arm en je eigen hoofd. Van die gecombineerde druk op de schouder komt de naam (kata = schouder), en het is een solide tussenoptie zodra je partner zijn arm terug probeert te trekken.
- Kami-shiho-gatame (bovenste vier-richtingencontrole): knielend boven het hoofd van je partner druk je de schouders op de mat, armen onder de schouders, grip op de band. Van hieruit bouw je in vier richtingen druk op, en dat voelt voor de onderman als een deken van steen.
- Kuzure-kami-shiho-gatame (aangepaste bovenste vier-richtingencontrole): de schuin-achter-het-hoofd variant van kami-shiho-gatame, met één arm niet onder maar over de arm van je partner.
- Yoko-shiho-gatame (zijdelingse vier-richtingencontrole): dwars over de romp, één arm tussen de benen van je partner door naar de band, de andere op de nek. Heel stabiel, en lastig te ontvluchten.
- Tate-shiho-gatame (verticale vier-richtingencontrole): schrijlings bovenop je partner, knieën aan weerszijden van de heupen, bovenlichaam naar voren gedrukt, en in andere vechtsporten heet deze positie de mount.
- Uki-gatame (zwevende controle): een minder bekende houdgreep, met één been bovenop het lichaam van je partner, en hij ontstaat vaak uit een mislukte of verhinderde armklem.
- Ura-gatame (controle met de achterkant): hier lig je zelf op je rug, en dat is uniek: met de ene arm houd je de arm van je partner in, met de andere zijn benen, en met je eigen rug druk je hem omlaag. Zeldzaam, maar officieel erkend.
Van elke greep bestaan bovendien tientallen varianten, met een andere pakking of een andere gewichtsverdeling. Dat zoeken en bijstellen maakt het grondwerk in de judolessen juist zo leuk. Bewegend puzzelen, eigenlijk.
Hoe lang moet je een houdgreep vasthouden voor ippon?
De huidige wedstrijdregels zijn helder: met een houdgreep win je de wedstrijd direct (ippon), mits je je partner 20 seconden onafgebroken onder controle houdt. Blijf je tussen de 10 en 19 seconden, dan levert dat een waza-ari op, een half punt. Met de klok erbij oefenen we dat bij Sportschool Herbert in Ede regelmatig. Want 20 seconden voelt kort langs de kant en eindeloos lang ónder iemand die goed drukt.
Twee waza-ari’s tellen samen op tot een ippon. Iemand twee keer tien tellen vasthouden beslist de wedstrijd dus ook. Komt je partner tussentijds los (“toketa”), dan stopt de klok en begint alles bij een volgende houdgreep weer bij nul. Handig om te onthouden: dezelfde scores gelden voor worpen, dus een wedstrijd kan staand én op de mat beslist worden.
Hoe ontsnap je uit een houdgreep?
Uit een houdgreep komen draait om drie principes: ruimte maken, je heupen draaien en de benen van je tegenstander vangen. In Ede besteden we bij Sportschool Herbert net zoveel aandacht aan ontsnappen als aan vasthouden. Wie weet hoe een greep faalt, snapt namelijk ook waarom hij werkt. Zelfs beginners leren in de eerste weken al een paar betrouwbare bevrijdingen.
De bekendste routes naar buiten:
- Been vangen: klem een been van de houder tussen jouw benen. Is dat been ingesloten, dan is de houdgreep officieel verbroken; dit is de regelmatige en snelste weg naar “toketa”, en de klok wordt op dat moment direct stopgezet.
- Bruggen: duw je heupen explosief omhoog en rol je partner over zijn eigen schouder heen. Komen je schouders tijdens de brug volledig van de mat, dan geldt de houdgreep ook als verbroken. Bruggen lukt het best bij een houder die zijn gewicht te hoog draagt, want dan zit zijn zwaartepunt te ver van de mat af.
- Garnalen (ebi): deze beweging heet in het Japans ebi, naar de krul van een garnaal. Draai je heupen weg, maak jezelf klein, werk naar je buik of je zij, en wijst je rug niet meer naar de mat, dan is de controle weg.
- Arm en hoofd bevrijden: bij kesa-gatame opent het wegtrekken van je gevangen arm vaak de hele greep. Eerst forceer je een reactie: duw je partner naar één kant, wacht op de tegendruk en gebruik die energie om de andere kant op te gaan.
Belangrijk om te weten: slaan, duwen tegen het gezicht of aan vingers trekken mag bij het ontsnappen nooit, ook niet in judo. Het blijft de zachte weg. Techniek wint van paniek.
Veiligheid bij houdgrepen: wat trainers en ouders moeten weten
Houdgrepen zijn in principe veilig. Toch verdienen een paar punten extra aandacht, zeker in de kinderlessen, waar het verschil tussen stevig drukken en te hard duwen nog moet groeien.
Kesa-gatame en jonge kinderen. Is de nek van een kind nog volop in de groei, dan let de trainer extra op bij kesa-gatame. De techniek is niet verboden. Waar het om gaat: kinderen mogen niet hangend aan de nek trekken als ze weg proberen te komen. Bij jonge judoka’s is de druk op de cervicale wervelkolom een aandachtspunt dat we bij Sportschool Herbert serieus nemen.
Syndroom van Down. Er geldt een extra voorzorgsmaatregel voor judoka’s met het syndroom van Down: in het aangepast judo wordt kesa-gatame niet toegepast. De reden zit in een mogelijk instabiele verbinding tussen de twee bovenste nekwervels (de atlas), wat bij deze techniek risico kan opleveren, en trainers die met deze doelgroep werken kiezen hun houdgrepen altijd op basis van de medische situatie van de sporter.
Hoofd zonder arm insluiten is verboden. Bij houdgrepen en bij verwurgingstechnieken mag je het hoofd van je partner niet inklemmen zonder dat er ook een arm meegaat, en een driehoekscontrole (sankaku) vraagt dus altijd hoofd én één arm samen.
Houdgrepen zijn maar één deel: katame-waza in vogelvlucht
Osaekomi-waza, de houdgrepen, is één van de drie subgroepen binnen katame-waza, het grondwerk van judo. Naast de tien houdgrepen bestaat katame-waza uit shime-waza (twaalf verwurgingstechnieken, waarbij druk op de halsslagaders de tegenstander tot aftikken dwingt) en kansetsu-waza (tien armklemmen gericht op het ellebooggewricht). De vijf beginsituaties die het grondgevecht openen, zoals de schildpadpositie (kame) en de rugligging (aomuke), bepalen samen hoe tori en uke het grondwerk ingaan.
Voor beginners en jonge judoka’s vormen houdgrepen de logische eerste stap, want ze leren druk opbouwen en ruimte lezen zonder direct risico. Later in de opleiding volgen verwurgingen en armklemmen, en die vragen een goede basis in controle. In ons termenoverzicht staat meer over de Japanse terminologie achter al deze technieken. Nieuwsgierig naar het staande werk dat aan het grondgevecht voorafgaat? Kijk dan in het overzicht van judoworpen.
Wat is het verschil tussen houdgrepen in BJJ en judo?
Dit is het grootste verschil: in judo kun je een wedstrijd wínnen met alleen een houdgreep, terwijl een houdgreep in Braziliaans jiu-jitsu vooral een tussenstation is op weg naar een verwurging of klem. Onder één dak in Ede trainen judoka’s en BJJ’ers bij Sportschool Herbert, en dezelfde posities komen in beide sporten terug, alleen het doel verschilt. Nico traint zelf nog steeds. Elke week staat hij vol passie op de mat, sparren én mensen beter maken. Proef je beide werelden? Dan word je op de grond twee keer zo compleet.
In BJJ heet yoko-shiho-gatame side control en tate-shiho-gatame de mount. Die posities leveren daar punten op, maar de winst bepaalt de klok niet: je wint pas echt als je partner aftikt. Daardoor loopt het grondgevecht in Braziliaans jiu-jitsu veel langer en is het spel om posities rijker uitgewerkt, met eigen begrippen als guard en back control. Wil je verder lezen? Neem dan onze artikelen over dominante posities en transities in BJJ en ground fighting positions erbij. Voor judoka’s is dat een gouden aanvulling, want je houdgrepen worden er aantoonbaar sterker van en andersom geeft judo BJJ’ers een voorsprong in controle en druk.
Zelf houdgrepen leren op de mat?
Ervaar tijdens een gratis proefles bij Sportschool Herbert in Ede hoe leuk grondwerk is. Van elke leeftijd en elk niveau zijn judoka’s welkom. Je stapt zo de mat op.