Judoworpen: overzicht van de bekendste worpen – Sportschool Herbert Ede
Judoka's oefenen een worp op de mat bij Sportschool Herbert in Ede onder begeleiding van de docent

Wie aan judo denkt, denkt aan worpen: dat ene moment waarop timing, balans en techniek samenkomen en je trainingspartner sierlijk door de lucht gaat. Judo kent tientallen officiële worpen, netjes ingedeeld in families, en een handjevol daarvan zie je op elke mat ter wereld terug. In dit overzicht nemen we je mee langs de worp-families, de tien bekendste judoworpen, de vraag welke worp je als eerste leert en waarom veilig leren vallen altijd op de eerste plek staat.

Welke families van judoworpen zijn er?

Staande judoworpen (nage-waza) worden verdeeld in vijf officiële families. De drie meest bekende zijn handworpen (te-waza, 16 technieken), heupworpen (koshi-waza, 10 technieken) en been- en voetworpen (ashi-waza, 21 technieken). Daarnaast bestaan er offerworpen in twee varianten: ma-sutemi-waza (5 worpen, waarbij je recht achterover valt) en yoko-sutemi-waza (16 worpen, waarbij je zijwaarts valt). Bij Sportschool Herbert in Ede leren judoka’s vanaf de eerste lessen worpen uit al deze families, zodat ze een compleet arsenaal opbouwen. Samen vormen de vijf families het fundament van het gokyo-no-waza: het ordeningssysteem van Jigoro Kano met vijf groepen van elk acht worpen, oplopend van makkelijk naar moeilijk — in ruwe vorm rond 1895 vastgelegd, definitief in 1920.

Bij te-waza (handworpen) gebruik je vooral je armen en handen om de balans van je partner te breken en de worp in te zetten; denk aan ippon-seoi-nage en tai-otoshi. Bij koshi-waza (heupworpen) draai je in en til je je partner over je heup, zoals bij o-goshi en harai-goshi — die laatste worp is overigens ontstaan toen Jigoro Kano bij een uki-goshi-poging zoveel weerstand kreeg dat zijn been onbedoeld omhoogzwaaide; zo bleek een nieuwe worp geboren. Ashi-waza (been- en voetworpen) draait om timing: met een veeg of maai van je been of voet haal je de benen van je partner weg, precies op het moment dat die zijn gewicht verplaatst. De-ashi-barai (wegvegen van de uitstappende voet) en o-soto-gari zijn hiervan de bekendste voorbeelden. Bij de offerworpen laat je jezelf bewust meevallen: ma-sutemi-waza recht achterover (zoals tomoe-nage) en yoko-sutemi-waza zijwaarts. Op onze judopagina lees je hoe deze technieken in onze lessen aan bod komen.

Wat zijn de tien bekendste judoworpen?

De tien bekendste judoworpen zijn o-goshi, o-soto-gari, ippon-seoi-nage, uchi-mata, de-ashi-barai, tai-otoshi, harai-goshi, o-uchi-gari, ko-uchi-gari en tomoe-nage. Bij Sportschool Herbert in Ede komen deze klassiekers stap voor stap voorbij, passend bij het niveau en de leeftijd van de judoka. Over vier van deze worpen schreven we eerder al een uitgebreid artikel — hieronder lichten we ze kort toe.

Uchi-mata is misschien wel de meest iconische worp van het judo: een been- en dijworp (ashi-waza) waarbij je je been tussen de benen van je partner zwaait en die met een krachtige heup- en beenactie over je heen tilt. De worp vraagt om lef, balans en veel herhaling, en is favoriet bij wedstrijdjudoka’s over de hele wereld — waaronder drievoudig wereldkampioen Kosei Inoue. In ons artikel over uchi-mata, de iconische judoworp lees je precies hoe de techniek werkt en hoe je hem opbouwt.

O-soto-gari, de grote buitenwaartse maai, is een van de eerste "grote" worpen die veel judoka’s leren. Je breekt de balans van je partner naar achteren en maait met je been zijn of haar standbeen weg — simpel in opzet, verrassend subtiel in de uitvoering. Waarom deze klassieker al generaties lang op elke mat wordt onderwezen, ontdek je in ons artikel over o-soto-gari, de klassieke judoworp.

Ippon-seoi-nage is de bekende schouderworp: je draait in, brengt de arm van je partner over je schouder en werpt hem of haar in één vloeiende beweging over je rug. De worp werkt voor groot en klein, jong en oud, en is daarom een vast onderdeel van vrijwel elk judocurriculum. In ons artikel over ippon-seoi-nage, de veelzijdige worp voor elk niveau lees je alles over de varianten en veelgemaakte fouten.

De-ashi-barai is de voetveeg op de uitstappende voet met de grote timing: je veegt de uitstappende voet van je partner weg op exact het moment dat die zijn gewicht verplaatst. Kracht speelt nauwelijks een rol — gevoel en ritme des te meer, waardoor deze worp geliefd is bij technische judoka’s. Hoe je die timing traint, lees je in ons artikel over de-ashi-barai en zijn uitdagende timing.

De overige zes klassiekers in het kort: o-goshi (de grote heupworp, vaak de allereerste worp die je leert), tai-otoshi (lichaamsworp waarbij je partner over je gestrekte been valt), harai-goshi (heupworp met een vegende beenactie), o-uchi-gari (grote binnenwaartse maai), ko-uchi-gari (kleine binnenwaartse maai) en tomoe-nage (de spectaculaire ma-sutemi-offerworp waarbij je achterover valt en je partner over je heen zweeft). Een mooi voorbeeld uit de topsport: Noël van ’t End, wereldkampioen judo 2019 in de klasse tot 90 kg, zette zijn carrière op de kaart met de sode-tsurikomi-goshi als vaste specialiteit.

Welke judoworp leer je als eerste?

De meeste judoka’s leren als eerste o-goshi (de grote heupworp) of o-soto-gari, omdat deze worpen een duidelijke, veilige beweging hebben en de basis leggen voor balansverstoring. Bij Sportschool Herbert in Ede bouwen we het rustig op: eerst valbreken en balans, dan de eerste eenvoudige worpen, en pas daarna de snellere technieken zoals voetvegen en schouderworpen. Zo went elke judoka — van kind tot volwassene — stap voor stap aan werpen én geworpen worden.

Voor kinderen geldt hetzelfde principe, maar dan spelenderwijs. In onze Kids Judo-lessen (7 t/m 11 jaar) worden worpen aangeleerd via spelvormen en drills, zodat techniek en plezier hand in hand gaan. Ben je ouder en wil je weten wat je kind allemaal leert op de mat, hoe het bandensysteem werkt en wat een les kost? Lees dan onze complete oudergids judo voor kinderen.

Waarom leer je eerst veilig vallen voordat je worpen leert?

Omdat elke worp twee kanten heeft: iemand werpt, en iemand valt. Valbreken (ukemi) zorgt ervoor dat je een worp veilig opvangt door je lichaam te rollen en de klap te verdelen — dé reden dat judoka’s dagelijks geworpen kunnen worden zonder blessures. Bij Sportschool Herbert in Ede is valbreken daarom altijd de eerste techniek die nieuwe judoka’s leren, nog vóór de eerste worp.

Goed valbreken geeft bovendien zelfvertrouwen: wie weet dat hij veilig kan vallen, durft voluit te oefenen en leert worpen veel sneller. Die vaardigheid neem je je hele leven mee — van het schoolplein tot een gladde stoep. Hoe kinderen dit stap voor stap leren, lees je in ons artikel over veilig leren vallen en valbreken bij kids-judo.

Zelf judoworpen leren? Kom gratis proeflessen

De mooiste manier om judoworpen te begrijpen is ze zelf te voelen — de inzet, de draai, de landing. Kom daarom langs bij Sportschool Herbert in Ede en ervaar het zelf tijdens een gratis proefles. Of je nu net begint of vroeger hebt gejudood: onze docenten staan voor je klaar op de mat. Beoordeeld met 5,0 ★ op Google.

Proefles boeken

Boek je gratis proefles

We nemen binnen 24 uur contact op om je proefles in te plannen.

★★★★★ 5,0 · Google-reviews