
Puntentelling in judo? Die draait om één beslissende score: een ippon of een waza-ari, aangevuld met tijdcontroles op de grond en met straffen. Een ippon is de directe overwinning, en die valt bij een perfecte worp, bij twintig seconden houdgreep of bij een overgave via een klem of verwurging. Een waza-ari levert een half punt op, bijvoorbeeld na een bijna perfecte techniek of een kortere houdgreep. Twee waza-ari’s samen betekenen winst.
Een judowedstrijd voor het eerst van dichtbij meemaken kan overdonderen: Japanse termen vliegen voorbij, de scheidsrechter maakt gebaren die niemand je heeft uitgelegd en op het scorebord verschijnen tekens waar je niets van snapt. Toch zit het reglement logisch in elkaar. Techniek, controle en veiligheid bepalen alles. Hieronder nemen we de complete puntentelling in judo ippon waza ari en meer met je door, zodat je op de tatami precies ziet waarom een partij gewonnen of verloren wordt.
Wat is het verschil tussen een ippon en een waza-ari?
Perfectie en controle: daar zit het verschil tussen een ippon en een waza-ari. Judoka’s leren bij Sportschool Herbert in Ede dat een ippon de hoogste score is, die de partij op dat moment beëindigt, terwijl een waza-ari blijft staan als half punt. Tijdens onze trainingen in Ede letten we scherp op de technische details die bepalen welke van de twee de scheidsrechter geeft.
Een ippon uit stand (tachi-waza) kent vier strenge eisen, vastgelegd door de Internationale Judo Federatie (IJF):
- Snelheid: Inzetten doe je met dynamiek en overtuiging, zichtbaar voor iedereen langs de mat.
- Kracht: In de worp zit voldoende impact, met energie naar voren of naar achteren.
- Op de rug: Je tegenstander landt grotendeels plat op de rug.
- Controle: Van de eerste beweging tot de landing houdt de werper zijn tegenstander in bedwang.
Landt iemand na een worp met genoeg kracht en snelheid op de zij of op de schouder in plaats van vol op de rug, dan is aan drie van de vier eisen voldaan en geeft de scheidsrechter een waza-ari. Daarmee is de partij niet voorbij. Volgt er later een tweede waza-ari van dezelfde judoka, dan roept de scheidsrechter waza-ari-awasete-ippon (twee waza-ari’s vormen samen ippon) en is de winst alsnog binnen.
Vroeger lag dat anders. Het judo kende ook lagere scores: de yuko en de koka. Die tussenwaarderingen zijn uit het moderne wedstrijdreglement geschrapt, omdat het judo daarmee sneller, begrijpelijker en aanvallender werd. Wat eerder een yuko opleverde, valt nu onder een waza-ari. Of het levert niets op.
Hoe werkt de puntentelling bij grondgevechten (ne-waza)?
Op de grond (ne-waza) gaat de puntentelling over vasthouden en over afdwingen: een controleerbare houdgreep, of een overgave. Aanvallend en verdedigend grondwerk krijgt bij Sportschool Herbert in Ede veel trainingstijd. Onze dojo in Ede is de plek waar houdgrepen, armklemmen en verwurgingen stap voor stap aan bod komen, volgens de officiële regels en in een tempo dat bij de judoka past.
Fixeert een judoka de tegenstander met een erkende techniek (osaekomi-waza) op de rug, zonder dat de ander met de benen het lichaam van de controleur omsluit, dan start de scheidsrechter de klok met Osaekomi. Vanaf dat moment telt de officiële tijdwaarneming mee in de puntentelling voor een houdgreep:
- 10 tot en met 19 seconden controle: dat is een waza-ari.
- 20 seconden controle: meteen een ippon, en daarmee einde wedstrijd.
- Staat er al een waza-ari op het scorebord? Dan volstaat 10 seconden houdgreep voor de eindoverwinning via waza-ari-awasete-ippon.
Komt de onderliggende judoka binnen de tijd los, of klemt hij een been van de aanvaller tussen zijn eigen benen, dan roept de scheidsrechter Toketa (houdgreep verbroken) en staat de timer stil. Soms is het sneller voorbij. Bij volwassenen en oudere jeugd kan een grondgevecht ook meteen beslist worden. Dat gebeurt met een armklem (kansetsu-waza) of een verwurging (shime-waza). Tikt de tegenstander twee of meer keren af op de mat of op het lichaam van de partner, of roept hij “Maitta” (ik geef me over), dan kent de arbiter direct een ippon toe. Nieuwsgierig naar de basis van deze technieken? Bekijk ons reguliere aanbod voor judo.
Welke straffen zijn er in het judo en hoe beïnvloeden ze de score?
Straffen in judo komen in twee maten: een shido voor lichte overtredingen, een hansoku-make voor zware overtredingen of onsportief gedrag. Bij Sportschool Herbert in Ede wegen discipline en respect op de mat net zo zwaar als scorend vermogen. Daarom besteden we in de lessen in Ede veel aandacht aan een correct pakkinggevecht en aan aanvallend judo, want daarmee voorkom je de meeste strafpunten.
Een shido is een officiële waarschuwing. Die volgt bij overtredingen waarmee een judoka het actieve spel in de weg zit:
- Passiviteit: Afwachten en niet aanvallen, ook wel non-combativity genoemd.
- Buiten de mat stappen: Het gevechtsvlak verlaten zonder geldige aanvalsactie, in het Japans jogai.
- Blokkeren en ontwijken: Twee gestrekte armen gebruiken om iemand op afstand te houden, of een extreem defensieve houding aannemen.
- Onreglementaire pakking: Met twee handen een grip losbreken en daarna niet aanvallen, of de vingers in de mouw steken (pistoolgreep zonder aanvalsintentie).
- Schijnaanvallen: Een aanval faken om tijd te rekken, of om actief te lijken zonder dat te zijn (valse aanval).
Punten voor de tegenstander levert een shido niet op. Op het scorebord weegt hij wel zwaar. Verzamelt een judoka in één wedstrijd drie shido’s, dan volgt automatisch een hansoku-make (diskwalificatie) en wint de tegenstander met het equivalent van een ippon. Een hansoku-make kan ook meteen worden opgelegd. Dat gebeurt bij zeer gevaarlijke handelingen, zoals bewust duiken op het hoofd (head diving), het grijpen van de benen vanuit stand volgens de huidige regels, of grof onsportief gedrag.
Wat gebeurt er bij een gelijke stand via de Golden Score?
Loopt de reguliere wedstrijdtijd van vier minuten af zonder punten, of met een gelijke score, dan gaat de partij door in de Golden Score. Conditie en mentale weerbaarheid staan bij Sportschool Herbert in Ede daarom hoog op het programma, precies voor die zware verlengingen. In onze dojo in Ede bouwen we dit soort wedstrijdsituaties regelmatig na, zodat het tactisch inzicht ook onder vermoeidheid overeind blijft.
De Golden Score is een ‘sudden death’-verlenging. Een maximale tijdslimiet bestaat niet. Alles wat in de reguliere speeltijd is opgebouwd, scores en straffen, blijft op het bord staan, met uitzondering van een gelijke scorebalans. De partij stopt op het exacte moment dat een van deze situaties zich voordoet:
- Er valt een technische score, een waza-ari of een ippon, en de maker van dat punt wint onmiddellijk.
- Een straf zorgt voor verschil op het bord bij het bereiken van de derde shido (hansoku-make).
- Een zware overtreding levert een directe hansoku-make op.
Er is geen klok die afloopt. De Golden Score vraagt daarom enorm veel uithoudingsvermogen. Tactiek weegt hier zwaar: judoka’s moeten blijven aanvallen om een passiviteitsstraf te ontlopen, terwijl een onbezonnen risico hen in dezelfde seconde de wedstrijd kan kosten door een counter. Begeleid je als ouder je kind bij toernooien? Onze judo voor kinderen oudergids geeft context over hoe zo’n dag verloopt.
Hoe leren kinderen de judoregels en puntentelling bij Sportschool Herbert?
Bij Sportschool Herbert leren kinderen de judoregels en de puntentelling via speelse oefenvormen, aangepaste regels en korte, duidelijke instructies op de mat. Onze leraren in Ede stemmen de lesstof af op de leeftijd en op de motorische fase van het kind, want wie net leert rollen heeft iets anders nodig dan wie zich voorbereidt op een eerste wedstrijd. Zo bouwen jonge judoka’s in Ede zelfvertrouwen op, terwijl de Japanse termen en de wedstrijdregels er bijna vanzelf bij komen.
Voor de jeugd werken we met twee leeftijdscategorieën, elk met een eigen aanpak:
- Tuimeljudo (3 tot 6 jaar): Motorische ontwikkeling staat hier voorop: rollen, veilig leren vallen en stoeien met duidelijke grenzen. Formele scores spelen nog geen rol. Plezier, balans en respect voor elkaar, daar draait het om.
- Jeugdjudo (7 tot 12 jaar): Nu komen de officiële wedstrijdregels in beeld, samen met de betekenis van ippon en waza-ari en de basissignalen van de scheidsrechter. Een houdgreep stevig vasthouden, veilig uitgetild worden, en snappen waarom afkloppen juist een teken van wederzijds vertrouwen is: dat hoort er allemaal bij. Meer over deze lessen staat op onze pagina over kids-judo.
Vriendschappelijke randori’s (oefengevechtjes) horen er elke week bij. Kinderen voelen dan hoe het is om een punt te maken, of om er een te verdedigen, zonder dat er wedstrijddruk op ligt. Dat valt zacht, want in onze judovloer zit een speciaal veer- en dempsysteem. Ouders kijken mee vanaf de zijkant van de mat, of drinken een koffie in het brasseriegedeelte. Sportiviteit, respect voor de tegenstander en begrip van de judowaarden komen zo vanzelf op gang.
Ippon zien gebeuren in plaats van erover lezen
Je hoeft geen enkele Japanse term te kennen om mee te doen. Tijdens een randori roept de trainer ‘ippon’ of ‘waza-ari’ precies op het moment dat het gebeurt, en zo blijft het hangen, veel beter dan uit een schema. Ouders kijken mee vanaf de kant. Bij Sportschool Herbert in Ede reserveer je een gratis proefles voor jezelf of voor je zoon of dochter.