
Twee voeten, één veeg. De okuri-ashi-barai (wegvegende voetworp bij meebewegen) haalt beide voeten van je tegenstander in een zijwaartse beweging onder het zwaartepunt weg. Brute spierkracht heb je er niet voor nodig. Wat je wel nodig hebt is timing, een zuivere balansverstoring en het momentum dat je partner zelf al meebrengt. Stapt uke zijwaarts mee en komen de voeten naar elkaar toe, dan veeg je met de voetzool de enkel aan de zijkant weg, en dat levert een ippon op.
Wat is okuri-ashi-barai precies en wat betekent de naam?
Binnen het traditionele Kodokan judo staat de okuri-ashi-barai te boek als klassieke ashi-waza (beentechniek), vertaald als de meeglijdende of wegvegende voetworp. Judoka’s bij Sportschool Herbert in Ede krijgen die worp aangereikt als de ultieme demonstratie van ‘seiryoku zenyo’ (optimaal gebruik van energie), een judoprincipe dat hier letterlijk zichtbaar wordt zodra de timing klopt. De zijwaartse snelheid van je partner doet namelijk het werk.
De naam is heel letterlijk. In het Japans staat ‘okuri’ voor sturen, begeleiden of meezenden, betekent ‘ashi’ voet of been, en komt ‘barai’ van harai: vegen. Die drie woorden beschrijven samen precies wat er gebeurt, want je begeleidt de voeten van je tegenstander in hun zijwaartse beweging en veegt ze pas van de mat op het moment dat ze elkaar naderen. De worp hoort thuis in de Dai Ikkyo (de eerste groep) van de traditionele Gokyo-no-waza.
Klopt de timing, dan voelt uke een moment lang gewichtloos. Dat gevoel is het hele punt. In onze reguliere lessen judo nemen we daarom de tijd om die cadans te leren voelen. Trekken en duwen met de armen brengt je niets; je hele lichaam beweegt als één geheel mee met de verplaatsing van de tegenstander.
Hoe voer je okuri-ashi-barai stap voor stap uit?
Drie fasen, en ze lopen in elkaar over: de balansverstoring (kuzushi), het instappen (tsukuri) en de worpuitvoering zelf (kake). Zo is een geslaagde okuri-ashi-barai opgebouwd. Op de tatami van Sportschool Herbert in Ede halen we die fasen tijdens technische drills uit elkaar, eerst rustig en stap voor stap, omdat alleen op die manier het spiergeheugen ontstaat waarop je in dynamische randori kunt terugvallen.
Alles begint bij de pakking. De basispakking (kumi-kata) heeft één hand op de revers (tsurite) en één hand aan de mouw (hikite), en van daaruit zet je een zijwaartse verplaatsing in die uke dwingt om met een aansluitpas (tsugi-ashi) dezelfde kant op mee te stappen. De fases zien er zo uit:
1. Kuzushi (balansverstoring): Beweeg zijwaarts mee. Je mouwhand trekt horizontaal in de bewegingsrichting, je revershand stuurt het bovenlichaam van uke omhoog en opzij. Het gewicht schuift daardoor naar de buitenkant van de stappende voet, en zodra de tweede voet bijsluit worden beide voeten een moment lang vederlicht.
2. Tsukuri (positie kiezen): Zet je standbeen stevig en licht gebogen neer, net buiten het pad van uke’s voeten. Heupen recht, zwaartepunt laag. Leun niet achterover, maar houd je borst gericht op je partner.
3. Kake (de vegende worp): De holling van je voetzool raakt de buitenste enkel van uke’s meekomende voet. Vervolgens veeg je die voet in één scheppende beweging tegen de andere voet aan, zodat beide benen op hetzelfde moment onder het lichaam vandaan schuiven. Je armen maken de rotatie af. Uke landt gecontroleerd op de rug.
Wanneer is het juiste moment om okuri-ashi-barai in te zetten?
Tussen twee stappen zit een zweefmoment, en daar zit je kans. Precies wanneer uke zijwaarts meebeweegt en de achterblijvende voet aansluit bij de voorste, is de okuri-ashi-barai rijp. In de lessen bij Sportschool Herbert in Ede leren judoka’s daarom kijken naar het ritme van de ander. Aarzelt uke, of ontwijkt die juist snel zijwaarts, dan neem je het momentum over.
Stilstand is dodelijk. Vanuit een statische situatie lukt de techniek nagenoeg niet, dus dwing je uke in beweging, bijvoorbeeld met een schijnbeweging naar voren of naar achteren waarop uke zijwaarts moet corrigeren. Komen de voeten van uke binnen heupbreedte bij elkaar, dan is de gewichtsverdeling minimaal en biedt de mat nauwelijks weerstand.
Jonge judoka’s in onze lessen voor kids-judo (voor kinderen van 7 tot en met 12 jaar) oefenen hier vooral hun waarneming, want spelenderwijs gaan ze patronen zien in het voetenwerk van hun trainingspartner, en dat werkt weer door in hun coördinatie en reactievermogen.
Hoe oefen je deze veegtechniek veilig op de mat?
Veiligheid eerst. Voetvegen train je alleen veilig als het valbreken (ukemi) zit en de samenwerking respectvol blijft. Bij Sportschool Herbert in Ede oefenen we de okuri-ashi-barai daarom eerst zonder weerstand, in een gecontroleerde lijn over de mat. Tori (de werper) blijft de mouw actief begeleiden, want dat verzacht de impact voor uke.
Beide voeten gaan bij de okuri-ashi-barai tegelijk de lucht in, en zonder goede controle voelt zo’n val voor een onervaren uke hard aan. Vandaar deze richtlijnen op de training:
• Blijf de mouw omhoog houden: Trek als tori de mouw van uke na de veeg licht omhoog. Het bovenlichaam zakt dan langzamer, waardoor uke rustig kan afslaan op zij of rug zonder het hoofd te stoten.
• Vegen met de voetzool, nooit schoppen: Denk aan een zachte bezemstreek. Wie met de wreef of de scheen tegen het enkelbot schopt, veroorzaakt blessures en verliest de vloeiende controle.
• Begin met loopvormen (Yakusoku-renshu): Loop samen zijwaarts in een rechte lijn over de mat, in een ontspannen ritme. Tel drie stappen en voer de veeg op de derde tel rustig uit, zonder maximale kracht.
Welke veelgemaakte fouten moet je vermijden bij okuri-ashi-barai?
Te vroeg trappen, of met brute kracht, tegen de enkel van iemand die nog vol op beide voeten staat: dat is bij de okuri-ashi-barai de fout die we het vaakst zien. De trainers van Sportschool Herbert in Ede leggen de aandacht dan ergens anders, namelijk bij de armcoördinatie en de timing van de heupen. Zonder lift met de armen doet je been niets.
Let op deze valkuilen tijdens het trainen:
Achterover leunen tijdens de worp: Beginners hangen vaak te ver naar achteren om uke mee te trekken. Je eigen balans gaat eraan, en een oplettende tegenstander neemt de worp zo van je over (kaeshi-waza). Romp rechtop, en meebewegen met uke.
De voeten niet naar elkaar toe vegen: Waar het om draait, is dat de enkels van uke tegen elkaar aan komen. Veeg je die voet recht omhoog of naar voren, dan zet uke een stapje bij en staat weer in balans.
Verkeerde armactie: Trek je alleen met de mouwhand, dan draait het lichaam van uke weg en staan de voeten niet meer in lijn voor de veeg. Laat beide armen als een stuurwiel samenwerken, waarbij de revershand tilt en stuurt en de mouwhand de zijwaartse verplaatsing leidt.
Zelf okuri-ashi-barai ervaren op de mat in Ede?
Wil je die verfijnde timing zelf voelen, en merken hoeveel controle je met weinig kracht krijgt over je tegenstander? Vraag dan een proefles aan bij Sportschool Herbert in Ede. Je stapt vrijblijvend de mat op, met onze ervaren trainers ernaast.