Wat betekent Hajime en Matte in judo – Sportschool Herbert Ede

‘Hajime’ betekent in het judo letterlijk “begin”, en ‘Matte’ staat voor “wacht” of “stop direct”. Deze twee Japanse termen zijn het universele start- en stopsignaal binnen de budosport, waardoor wedstrijden en oefeningen overal ter wereld gestructureerd, eerlijk en bovenal veilig verlopen. Roept de scheidsrechter of de leraar Hajime, dan start de actie. Bij Matte bevries je onmiddellijk je handeling en keer je terug naar de uitgangspositie.

Wat is de exacte betekenis van Hajime en Matte in het judo?

Bij Sportschool Herbert in Ede horen judoka’s hajime en matte al in hun allereerste les, en deze twee blijven de belangrijkste commando’s op de tatami (judomat). Achter ‘Hajime’ (spreek uit als ha-zjie-mee) zit het Japanse werkwoord hajimeru, dat letterlijk ‘beginnen’ betekent.

Bij ‘Matte’ is het werkwoord matsu de bron, en de betekenis is ‘wachten’ of ‘pauzeren’ (spreek uit als mat-tee). De boodschap: de interactie moet onmiddellijk stoppen. Niet straks. Nu.

Het zijn geen willekeurige woorden. In de krijgskunst zijn dit ankers voor discipline en focus. Roept een scheidsrechter of sensei (leraar) Hajime, dan schakelt een judoka mentaal om naar actie, alertheid en techniek. Dat woord is het formele startschot, voor een gevecht (shiai) net zo goed als voor een vrije oefenvorm (randori).

Matte doet het omgekeerde, en heeft daarbij één taak die boven alle andere gaat: veiligheid. Valt dat woord, dan laat iedere judoka zijn tegenstander los en stopt elke aanvallende of verdedigende actie. Het is geen suggestie om het rustiger aan te doen. Het is een bevel. Zo voorkomen we dat iemand geblesseerd raakt omdat het tweetal buiten de mat dreigt te belanden, of omdat een techniek in een gevaarlijke hoek is vastgelopen.

Waarom gebruikt men in Ede nog steeds traditionele Japanse termen op de mat?

In onze dojo in Ede houden we vast aan de tradities van de grondlegger van de sport, Jigoro Kano. Dat is geen nostalgie. Door de authentieke Japanse benamingen te gebruiken sluiten onze judolessen aan op de internationale standaard die wereldwijd op elke judomat geldt, en begrijpt een judoka uit Gelderland precies wat er bedoeld wordt, waar ter wereld hij of zij ook de mat opstapt.

Aan het eind van de negentiende eeuw ontstond judo in Japan, uit het traditionele jiujitsu, met een sterke nadruk op lichamelijke opvoeding, wederzijds respect en mentale discipline. Kano koos zijn terminologie bewust, om één universele taal te maken. In Tokyo, in Parijs, in Ede: de taal van de mat overstijgt cultuur en achtergrond.

Er zit nog een tweede effect aan. De rituelen, de groeten (zoals ‘Rei’) en de heldere commando’s helpen sporters om de drukte van de buitenwereld achter zich te laten op het moment dat ze de dojo binnenstappen.

Wie hier in Ede binnenstapt ziet eerst het luxe interieur, en daarna de zaal zelf. In de judovloer zit een speciaal veer- en dempsysteem, en dat merk je al bij de eerste val van de les. Wat daarna gebeurt, gebeurt in die Japanse taal. Samen maakt dat de mat een plek waar concentratie en zelfbeheersing vanzelf komen.

Hoe reageert een judoka direct op het commando Matte tijdens een training of wedstrijd?

Bij Sportschool Herbert oefenen we dit tot het een reflex is. Valt het woord Matte, dan stopt de judoka ogenblikkelijk met de greep of de worp, laat de judogi (het judopak) van de partner los en keert terug naar de eigen startpositie. Geen halve seconde later. Die directe respons is wat overzicht, controle en veiligheid mogelijk maakt.

In een wedstrijd komt er een gebaar bij: een uitgestrekte arm met de handpalm naar voren gericht op schouderhoogte. Redenen om Matte te roepen zijn er verschillende:

Het klinkt wanneer beide judoka’s buiten het officiële wedstrijdgebied dreigen te komen. Het klinkt bij een patstelling op de grond (ne-waza) waarbij geen van beiden progressie boekt, of wanneer een judogi gecorrigeerd moet worden. En het klinkt, en dat is de belangrijkste reden, bij een potentieel gevaarlijke situatie, een blessure of een overtreding van de regels.

Daarna lopen beide deelnemers terug naar hun plek achter de rode of witte markeringsstreep. En dan wachten ze. Rustig, tot het volgende commando komt: Hajime.

Welke rol spelen Hajime en Matte bij de lessen voor jeugd en kinderen?

Bij de jongste groepen van Sportschool Herbert zijn deze twee woorden vooral gereedschap. Bij de allerkleinsten van het Tuimeljudo (3 tot 6 jaar) werkt dat precies zoals bij de stoere judoka’s van het kids-judo (7 tot 12 jaar): Hajime en Matte geven de les een duidelijk kader, en binnen dat kader mag stoeien ook echt stoeien zijn zonder dat het uit de hand loopt.

Kinderen zitten vol energie en willen niets liever dan fysiek bezig zijn. Zonder duidelijke kaders loopt stoeien een kant op die niemand wil. Door vanaf de eerste minuut te oefenen op dat directe bevriezen bij ‘Matte’, leren ze luisteren met hun hele lichaam. Hun reactievermogen wordt scherper, en ze gaan rekening houden met het welzijn van hun trainingsmaatje.

‘Hajime’ leert precies het omgekeerde: initiatief nemen, dapper zijn, met volle inzet aan een oefening beginnen.

Dat vraagt om een drempel over. Kinderen komen bij ons in Ede vaak met wat gezonde spanning binnen en reageren de eerste les terughoudend. Na een korte kennismaking en introductie komen ze vanzelf helemaal los, bij de een al na één les, bij de ander kost dat soms drie lessen. Wordt de spanning echt even te veel, dan is er altijd een rustige plek waar een kind getroost en gehoord wordt, met Otto de Otter of Karlijn het Konijn erbij.

Die dynamiek tussen ‘aanstaan’ (actie) en ‘uitstaan’ (rust en beheersing) draagt enorm bij aan de emotionele regulatie en sociale weerbaarheid van jonge opgroeiende kinderen.

Welke andere Japanse judotermen hoor je vaak naast Hajime en Matte?

Het vocabulaire van een judoka reikt verder dan hajime en matte. Scores, groetvormen en richtingaanwijzingen horen net zo goed bij de les, en wie die woorden kent begrijpt in een wedstrijd veel sneller wat er gebeurt, ook als er iets geroepen wordt dat hij nog nooit eerder had gehoord.

De termen die je bij Sportschool Herbert het vaakst langs hoort komen, op een rij:

Rei: De traditionele buiging die staat voor wederzijds respect en hoffelijkheid naar je partner, leraar en de mat.
Ippon: In judo het hoogst haalbare punt. Wie een worp, houdgreep of overgave perfect uitvoert, heeft de wedstrijd op dat moment gewonnen.
Waza-ari: Een half punt, voor een techniek die net tekortkomt voor een Ippon. Twee Waza-ari’s vormen samen een Ippon (Waza-ari-awasete-ippon).
Osaekomi: Vanaf dit signaal geldt een houdgreep op de grond, en begint de scheidsrechter de tijd te tellen.
Toketa: De houdgreep is verbroken, en daarmee stopt ook de tijdwaarneming.
Sore-made: Het signaal waarmee de wedstrijd of de les officieel eindigt (“tot zover”).
Shido: Een officiële straf, gegeven voor passiviteit of voor een lichte overtreding van de regels.

Hajime en Matte in een echte les in Ede

Op papier zijn het twee Japanse woorden. In de zaal verandert dat meteen. Zodra een leraar ze roept krijgen ze hun functie terug, want dan begint of stopt er werkelijk iets, en je hoort ze binnen de eerste minuten van een les langskomen. Bij Sportschool Herbert in Ede stappen jong en oud de mat op, ongeacht eerdere ervaring of conditieniveau.

Ouders nemen plaats langs de zijkant van de mat, of drinken koffie in het brasseriegedeelte en kijken van daaraf mee, wat vooral bij een eerste les prettig is omdat je kind je gewoon kan zien zitten. Nico staat er na al die jaren nog elke week zelf op de mat in Ede: sparren, en mensen helpen beter te worden.

Kom langs bij Sportschool Herbert en merk het verschil tussen erover lezen en het horen. Meld je aan voor een gratis proefles en wacht op het moment dat het startsein valt: Hajime!

Proefles boeken

Boek je gratis proefles

We nemen binnen 24 uur contact op om je proefles in te plannen.

★★★★★ 5,0 · Google-reviews