
Sporters worden in het boksen ingedeeld in gewichtsklassen, zodat wedstrijden eerlijk en veilig blijven: je bokst tegen iemand van ongeveer je eigen gewicht. Van vlieggewicht tot zwaargewicht zijn er talloze klassen. Hieronder staan ze op een rij, van de lichtste tot de zwaarste, samen met de reden waarom die indeling er in het boksen eigenlijk is. Train je bij Sportschool Herbert in Ede, dan doe je dat natuurlijk gewoon op je eigen niveau.
Waarom bestaan er gewichtsklassen in het boksen?
Gewicht telt. In het boksen is het een groot voordeel. Een zwaardere bokser slaat harder, en hij kan ook meer incasseren. Deel je sporters op gewicht in, dan blijven wedstrijden eerlijk en vooral veiliger, en gaat het in de ring weer over wat een bokser kan in plaats van over wat hij weegt. De uitslag hangt dan af van techniek, snelheid en conditie. Niet van formaat.
Welke gewichtsklassen zijn er?
Ruwweg lopen de klassen van de lichtste naar de zwaarste: vlieggewicht, bantamgewicht, vedergewicht, lichtgewicht, weltergewicht, middengewicht, halfzwaargewicht en zwaargewicht, met daartussen nog diverse tussenklassen. Per bond verschillen de exacte grenzen. Het principe blijft overal hetzelfde, van amateurwedstrijd tot profgala: sporters van vergelijkbaar gewicht komen tegen elkaar te staan, zodat niemand een oneerlijk voordeel meeneemt de ring in.
Maakt gewicht uit als je voor je plezier bokst?
Nauwelijks. Train je voor je conditie, voor techniek en voor plezier, dan speelt je gewichtsklasse geen enkele rol. Je traint op je eigen tempo. Op je eigen niveau. Pas als je aan officiele wedstrijden meedoet worden gewichtsklassen relevant. Kom dus gerust eens meedoen op een training, wat je gewicht of je niveau ook is, en ontdek zelf hoeveel techniek er in een enkele stoot zit.
Wat is het verschil tussen loopgewicht en wedstrijdgewicht?
Je loopgewicht is het gewicht waarmee je in het dagelijks leven rondloopt en gewoon traint. Je wedstrijdgewicht is de limiet van de klasse waarin je officieel gewogen wordt. Veel profs lopen rond op vijf tot tien procent boven hun klasse en werken dat er in de aanloop naar een gevecht af met cardio, krachttraining en een strak voedingsschema. Hoe kleiner het gat tussen die twee, hoe meer energie, focus en explosiviteit je overhoudt.
In de topsport wordt soms ‘weight cutting’ gebruikt: tijdelijk vocht afdrijven om de weging te halen. Dat kost je wel uitdroging, tragere reacties en kramp. Voor wie voor conditie en plezier bokst is dat volstrekt onnodig.
Wanneer wordt er gewogen bij amateurs en profs?
Dat verschilt flink. Profboksers staan doorgaans 24 tot 36 uur voor het gevecht op de weegschaal. Bij amateurtoernooien en op de Olympische Spelen weeg je vaak op de ochtend van elke wedstrijddag, dus soms meerdere keren per toernooi. Je kunt dan onmogelijk veel vocht afdrijven, want een paar uur later moet je fit in de ring staan. Precies daarom hanteert het amateurboksen ook minder klassen dan het profcircuit: dat houdt het schema overzichtelijk en beschermt sporters tegen riskante methodes.
Kom het eens proberen in Ede
Lezen is een, voelen is beter. Een proefles volgen kan gratis en vrijblijvend bij Sportschool Herbert in Ede, zonder dat je daarna ook maar iets moet. Plan hier je gratis proefles.